3 methoden om frauderende collega’s te ontmaskeren

Fraude
Fraudeurs vertonen een zwakker normbesef en begaan vaker verkeersovertredingen. Met selectie aan de poort, preventief monitoren en risicoanalyse kun je ze in het vizier krijgen.

Mondiaal zegt 49 procent van bedrijven slachtoffer te zijn van fraude, maar die andere 51 procent is er domweg blind voor, aldus PwC in een alarmistisch rapport op grond van een tweejaarlijkse, mondiale enquête. In 2016 zei nog 36 procent slachtoffer van fraude te zijn.

Sylvie Bleker, integriteitsdeskundige van PwC en hoogleraar aan de VU: ‘Je hoort hier vaak: we kennen ons personeel, dat soort dingen gebeurt bij ons niet. Uiteindelijk is het maar zeer de vraag of je je personeel en derden echt zo goed kent. We screenen nog steeds veel te weinig.’

Entree Joost van Onna, die aan dezelfde VU promoveerde op sociaal-psychologische kenmerken van fraudeurs. ‘Doorgaans denkt men: de gelegenheid maakt de dief. Toch beheersen de meeste mensen zich bij zo’n gelegenheid meestal… maar sommigen niet. Hoe komt dat dan? Anders dan bij studie naar “gewone criminaliteit” wordt de persoon zelf bij fraudebestrijding weinig onderzocht.’

Dat zocht Van Onna, in het dagelijks leven criminologie-onderzoeker van het Openbaar Ministerie, uit met veel vergelijking van data plus interviews met 26 veroordeelde fraudeurs. Wat blijkt, in een notendop: fraudeurs vertonen een zwakker dan normale maatschappelijke binding en normbesef. Zo wordt de pleger van fraude ook twee keer zo vaak gepakt voor verkeersovertredingen en wel drie keer zo vaak voor het tillen van de inkomstenbelasting.

Moreel kompas

Van Onna vindt het hoog tijd voor alertheid op het werk: ‘Je wilt geen potentiële fraudeurs op kwetsbare posities in je bedrijf. Je kunt nagaan in hoeverre sollicitanten een goede maatschappelijke binding hebben en ook hun morele opvattingen toetsen.’

Je moet al veel toetsen van sollicitanten, nu ook nog vooraf kijken of ze een aanleg voor fraude hebben? Van Onna: ‘Je wilt toch eerlijke mensen binnen je poorten? Dan moet je ook proberen om morele aspecten te wegen. Bijvoorbeeld door sollicitanten scenario’s voor te leggen met het voorschotelen van dilemma’s, zoals in psychologisch onderzoek. Hoe benaderen ze een ethisch probleem? Dan krijg je een indicatie van een manier van denken.’

Hoge straffen, geringe pakkans
Marcel de Vries, voormalig kasbeheerder van de Rotterdamse woningcorporatie Vestia, kreeg recentelijk drie jaar gevangenisstraf voor onverantwoord beleggen van geld en het aannemen van 10 miljoen euro aan steekpenningen. Vestia leed 10 miljard schade, de grootste vastgestelde fraudeschade ooit in Nederland.
Een flinke top van de ijsberg aan fraude op het werk die naar schatting 5 procent van de omzet vergt. Dus er is goede reden om fraude te voorkomen, niet enkel om financiële redenen, want elk fraudegeval slaat bij organisaties doorgaans diepe wonden.
Plegers van witteboordencriminaliteit krijgen tegenwoordig hogere straffen dan voorheen. Maar de pakkans is nog altijd zeer gering. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie heeft domweg de capaciteit niet om veel, vaak langdurige, gecompliceerde onderzoeken te doen. En fraudeurs huren de duurste advocaten in om te pogen cliënten op de kleinste details vrijuit te laten gaan.

Een ander aspect dat de drempel tot oneerlijk handelen kan verlagen, is geringe maatschappelijke binding. Je kunt sollicitanten en bestaande medewerkers vragen stellen over hun banden en relaties met familie, verenigingen, of juist in het zakelijke leven. Echter, in zijn proefschrift stelt Van Onna dat juist (plotselinge) vermindering van die banden de kans op fraude verhoogt. Scheiding, sterfgevallen en dreigend bankroet kunnen leiden tot minder gevoeligheid voor de mores en meningen van anderen, en tot illegale uitvluchten.

Van Onna: ‘Precies! Dus de tweede aanbeveling luidt: mensen op kwetsbare posities beter preventief monitoren. Gaat het wel goed met ze? Raken ze niet van het padje af? Om dit vast te stellen kunnen hr- en compliance-afdelingen samenwerken in beoordelingen en bij kleinere bedrijven kunnen boekhouder en directeur juist een oogje in het zeil houden en op elkaar letten.’

Data-analyse

Hoewel maatschappelijke binding en sociale controle belangrijk zijn om fraude bij bedrijven te voorkomen, zijn er genoeg ‘beroepsfraudeurs’ die een lange neus trekken. Van Onna: ‘Inderdaad bestaat er een hardnekkige groep veelplegers. Een geïnterviewde zei me dat hij 200 faillissementsfraudes had gepleegd en voor maar een paar was gepakt. Een andere man beweerde zeker 35 keer te hebben opgelicht en maar voor één zaak te zijn vervolgd. Daar moet je wat aan doen.’

Dat brengt de derde manier van fraudedetectie op het bord: de risicoanalyse. Nationaal bundelen toezichthouders, zoals bij voedselkwaliteit en milieu, hun data steeds meer. Daartoe bestaat een onbekend orgaan, iCOV, dat bergen data verwerkt en analyseert op zoek naar indicatoren voor overtredingen.

Moet je veelplegers van verkeersovertredingen extra gaan controleren op andere terreinen? Moet de Belastingdienst fraude door personen delen met andere partijen, en moeten bedrijven dat weten van sollicitanten en werknemers?

Van Onna vindt dat een moeilijk punt, ook al vond hij zelf met data-analyse dat regelovertreding op veel verschillende domeinen optreedt. ‘Dus kun je bestanden koppelen om verdachte patronen te vinden. Je moet juist de indicatoren vinden waardoor mensen overgaan tot grote fraude.’

Mogen organisaties de eerlijkheid van hun personeel gaan bepalen, zoals China dat doet met de braafheidsfactor van elke burger? Bijvoorbeeld medewerkers die vaak te laat op het werk komen meer controleren op fraude? Van Onna: ‘Heb ik niet onderzocht. Maar je wilt ook niet elke collega als potentiële fraudeur gaan zien. Iedereen liegt en overtreedt regels, ik soms ook.’

Vertrouwelijke interviews
Joost van Onna is een zogenaamde buitenpromovendus. Zo’n onderzoeker komt vaak binnen bij de universiteit met veel praktijkkennis en een breed netwerk Als medewerker bij het Functioneel Parket, dat in Nederland met 400 personen fraude bestrijdt, had hij die voordelen. 
Opvallend waren 26 interviews met veroordeelde fraudeurs die Van Onna hield. Daarvan lezen we echter maar 13 pagina’s resultaten en bijna de helft van de geïnterviewden wordt niet genoemd. De selectie en verwerking van citaten uit deze bronnen zijn niet controleerbaar, waar je wetenschappelijk vraagtekens bij kunt zetten.
Van Onna: ‘Dat het zo beknopt weergegeven is, komt door het formaat van de wetenschap. Je publiceert artikelen in bladen die een beperkt aantal woorden accepteren.’ Had hij in het volledige proefschrift dan niet de teksten uit die interviews moeten opnemen? ‘Dat is niet noodzakelijk’, aldus Van Onna. De interviews zouden een leuke bron van fraudekennis vormen, maar zijn niet openbaar. Zo is het afgesproken met de ethische commissie en de instanties die toestemming gaven voor het onderzoek. Bovendien kregen de respondenten de belofte dat het vertrouwelijk zou zijn.

Bron:https://www.intermediair.nl/collega-s-en-bazen/arbeidsconflict/3-methoden-om-frauderende-collega-s-te-ontmaskeren?utm_source=ad.nl&utm_medium=tekstlink&utm_campaign=ad_werkt&utm_content=%27Het+is+de+vraag+of+je+je+personeel+echt+goed+kent.+We+screenen+veel+te+weinig%27&utm_referrer=https%3A%2F%2Fwww.ad.nl%2Fad-werkt%2Fhet-is-de-vraag-of-je-je-personeel-echt-goed-kent-we-screenen-veel-te-weinig%7Ea725f6cd%2F