Onderzoek

Rechercheonderzoek met behulp van Social Media

Hoe kunt als organisatie social media bronnen gebruiken in een strafrechtelijk of civiel onderzoek? En is dit toegestaan?

Social Media Surveillance en opsporing

De helft van de wereldbevolking maakt gebruik van social media. In Nederland is 80% van de internetgebruikers actief op één of meerdere sociale netwerken. Nederland behoort hiermee tot de wereldtop wat betreft het gebruik ervan. Social Media zijn daarmee ook prima in te zetten om op een efficiënte en snelle manier opsporing en recherche onderzoek te verrichten.

Binnen ons rechercheteam zijn we in het bezit van de specialistische kennis die nodig is om op een kundige – en juridisch juiste- manier onderzoek te verrichten binnen deze sociale netwerken. De aangetroffen informatie kunnen wij vervolgens verder combineren met gegevens uit andere openbare bronnen. Van dit internetonderzoek ontvangt u vervolgens een rapportage met eventueel aanbevelingen voor verder (tactisch) onderzoek.

Online rechercheren in social media wordt binnen ons rechercheteam veelvuldig gebruikt in zaken betreffende:

  • Letselschade
  • Arbeidsongeschiktheid
  • Onrechtmatig ziekteverzuim
  • Fraude met uitkeringen
  • Afwikkelen ontslagprocedures en schadeclaims
  • Relatie/concurrentie beding
  • Onrechtmatige schadeclaims
  • Verzekeringsfraude
  • Faillissementsfraude.

Onderstaande uitspraak onderschrijft de juridische toepasbaarheid van online onderzoeken in Social Media.

Uitspraak rechtbank Almelo, 12 december 2011

Casus

De zaak begon in 2003. Een zelfstandig stratenmaker liep toen letsel op omdat hij op zijn hoofd geraakt werd door een bak van een mobiele hijskraan. De man sprak zijn verzekeraar aan voor een schadevergoeding. Volgens hem was hij door het ongeval arbeidsongeschikt geraakt en leed hij als gevolg daarvan letselschade.

De verzekeraar was bereid de letselschade te vergoeden. Een schaderegelingstraject werd gestart. In dat traject werden verschillende deskundigen ingeschakeld, waaronder een arbeidsdeskundige. Op basis van de bevindingen van de deskundigen betaalde de verzekeraar een voorschot van €110.000. Dit voorschot was onder meer bedoeld ter compensatie van het feit dat de stratenmaker arbeidsongeschikt bleek.

Tot in 2009 gaf de stratenmaker aan arbeidsongeschikt te zijn. Bovendien stelde hij dat hij niets meer kon op lichamelijk en sociaal gebied en nog nauwelijks het huis uit kwam..

De verzekeraar vermoedde fraude en startte daarom een onderzoek op Facebook, Hyves en Google. Wat bleek? De stratenmaker deed vanaf 2005 regelmatig mee met wielerwedstrijden, hij was actief als voetbaltrainer en hij deed nog steeds acquisitie voor zijn bedrijf. Ook ging hij skiën, beklom met de fiets de Alpe d’Huez en liep twee keer de Kennedymars in Haaksbergen. Op basis hiervan concludeerde de verzekeraar dat de stratenmaker helemaal niet (meer) arbeidsongeschikt was. Ze eisten dat hij de € 110.000 voorschot terugbetaalde.

Hoe oordeelde de rechter?
De rechtbank Almelo boog zich over de zaak en stelde de verzekeraar voor het overgrote deel in het gelijk. Op basis van Facebook, Hyves en Google achtte de rechter bewezen dat de stratenmaker wel degelijk in staat was om stratenmakers werkzaamheden te verrichten. De stratenmaker had dan wel geen zogenaamde onrechtmatige daad begaan, de verzekeraar had wel betalingen gedaan die onverschuldigd waren. Deze betalingen dienden te worden terugbetaald.